slenteraar verhuist!

Beste lezers,

Het is zover. Ik ga WordPress verlaten en heb een nieuw, meer passend stekkie gevonden op the internetzz. Sjokken jullie mee? Op de nieuwe website vind je onder andere een prachtige tooi én een gloednieuw verhaal. Kom kijken op www.slenteraar.nl!

Voor de mensen die lang geleden besloten een abonnement op me te nemen: Helaas is het op de nieuwe website niet meer mogelijk om je in te schrijven voor een e-mailupdate. Mocht je zo’n warhoofd zijn die vergeet uit zichzelf af en toe de site te checken, dan kan je me volgen op Facebook of Twitter. Ik zal jullie aldaar persoonlijk op de hoogte houden van updates en tussendoor gezapige dingen typen over mijn kneuterige avonturen.

Tot straks! Joe.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

kat met een vlinderstrik

Iedere keer als ik bij mijn voordeur sta, en dat is vrij frequent, breekt mijn hart bij het zien van de kat van mijn benedenburen. Het is een pluizige, dikke kat. Hij past maar net op de vensterbank en drukt meestal vol verlangen zijn snuit tegen het raam. Zijn ogen staan dof, ongelukkig en een beetje scheel.

Soms zie ik zijn bekje panisch open en dicht gaan: “Ik wil eruit!” lijkt hij te schreeuwen. Om zijn nek draagt hij een grote vlinderstrik met witte stippen. “Ik wil geen strik – ik ben een kat, geen fokking clowntje!”

Het raam zit altijd dicht, maar ik versta de kat maar al te goed.

Nu zijn er eigenlijk maar een paar dingen in het leven die me echt woest maken. Ik denk bijvoorbeeld aan mandarijnen die openbarsten en lekken terwijl ik ze probeer te pellen. Religieus fanatisme, ook wel. Het geluid van stofzuigers. Lage salarissen voor de mensen die het hardst werken. Een gat in mijn sok op de plaats waar mijn grote teen zit.

Maar het meest boos maak ik me misschien nog wel om verwaarloosde of van hun waardigheid beroofde dieren. Met als belangrijkste subcategorie: dieren die kleren aan moeten, alleen omdat hun baasjes dat leuk vinden. De Kat van de Benedenburen is zowel verwaarloosd als aangekleed – daarmee is hij, in mijn optiek, nog zieliger dan een platgereden dier op de snelweg.

Veelplegers die stelselmatig dieren in pakjes hijsen zijn gemakkelijk te traceren. Op hondenfora bestaan tientallen topics met titels als: “Je hond in kleren”. Daarin plaatsen de beulen massaal foto’s van – jawel – hun hond in kleren. “Delano vindt het fantastisch, dat mutsje,” schrijven ze erbij. Ondertussen kijkt Delano in de camera alsof hij duizend doden sterft of, erger, zojuist te horen heeft gekregen dat Cesar Millan voorgoed zijn packleader zal zijn.

Ik zie hier een mooie taak weggelegd voor de Animal Cops van Geert Wilders. Als dat grapje ons toch miljoenen gaat kosten, wil ik potverdorie ook dat er een speciaal departement komt voor Dieren in Kleren. Ik zal ze als eerste bellen en bevlogen spreken: “De kat van mijn benedenburen draagt een vlinderstrik, Ennemolkops to the rescue!”

Wanneer ze komen, met hun helmen en gummiknuppels, zal ik me misschien wat gemakkelijker over al het andere onrechtvaardige heen kunnen zetten.

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

subtropisch zwemparadijs

Komend weekend ga ik spartelen als een paling in het subtropisch zwemparadijs te Assen. Stiekem zit ik daar het liefst de hele dag in een kruidenbad met een frikadel speciaal in de hand, maar ik ben dit keer ook van plan om wat baantjes te trekken.

De laatste keer dat ik daartoe een poging deed, echter, veranderde het bad waarin ik mij bevond plots in een golfslagbad, en dat was al met al lichtelijk traumatisch. Ik vraag me dan ook sterk af waarom het woord ‘golfslagbad’ bij velen tot groot enthousiasme leidt – ik vond het niet héél leuk om me vast te houden aan een touw terwijl er alarmbellen klonken en er om de paar seconden drie kuub chloorwater in mijn gezicht gesmeten werd.

Ik kan zelfs wel stellen dat de angst die ik op dat moment voelde zo hevig was dat het me deed denken aan zwemles op de basisschool. Die tijd begon voor mij slecht. Ik weet nog goed dat ik als startend zwemmer een keer – of het moedwillig was weet ik niet meer – in een meer gevorderde zwemgroep was beland. Hevig spartelend werd ik uit het water getild, zodat de badmeester een achterdochtige blik op mijn badpak kon werpen. Op mijn pak was maar één plaatje genaaid, wat betekende dat ik in me in de zwem-hiërarchie nog onder de larven bevond.  Zonder enige genade werd ik teruggeworpen in het verdacht warme pisbad waarin de andere, veelal huilende, kleuters naar lucht aan het happen waren.

In een later stadium was het niet ongebruikelijk dat de badmeester tegen de dunne kinderen dingen bulderde als: “MEER SPEK EET’N!” – anderzijds kregen de forsere exemplaren nog wel eens te horen dat ze “als een zak aardappelen” het water indoken.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over De Haak. Dat was zogenaamd een hulpmiddel om kinderen in nood boven water te houden, maar persoonlijk stierf ik liever wekelijks een waardige zeemansdood dan dat er aan mijn nek en middel gesjord werd met dat koude, metalen martelwerktuig. Als tussenweg – zowel de haak als de dood spraken me niet ontzettend aan – koos ik ervoor maar gewoon te zwemmen als een malle. Men zegt wel eens dat angst een goede motivator is. Nu pas besef ik me dat De Haak de enige reden is dat ik al mijn zwemdiploma’s in één keer heb gehaald.

Terwijl ik daar in dat golfslagbad aan een touw bungelde verwachtte ik dus elk moment uit het water gehesen te worden door een boeman met een haak, die vervolgens boos naar de non-existente plaatjes op mijn badkleding zou wijzen. Dat gebeurde niet. Plots hielden de golven op en kon ik terug naar mijn kruidenbad. Ik zakte weg in de geur van eucalyptus en dacht aan dat fantastische moment waarop je dan eindelijk je zwemdiploma gehaald had. Van je moeder kreeg je een klef patatje met, dat je afgepeigerd en met gerimpelde chloorvingertjes opat – opeens was al het leed alweer vergeten.

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

iemand in saoedie-arabië

Soms ben ik wel eens bang dat ik over een jaar of twintig de hoofdpersoon zal zijn in een real-life programma over verzamelwoede. Nukkig zal ik vanuit een verlepte rode stoel toekijken hoe SBS6 mij beroofd van portretten met katjes, oude globes, verscheidene indianentooien en tientallen opwindbare kippen.

Want ik heb een hekel aan weggooien en een voorkeur voor oude troep. Ik ben er oprecht van overtuigd dat die vies-groene legging met gaten “in de toekomst heus nog wel eens van pas kan komen”. Al een jaar of vijf sleep ik een godsgruwelijk lelijk bamboe-tafeltje mee naar iedere kamer die ik bewoon; en nee, eigenlijk had dat tafeltje nooit werkelijk een functie. In mijn vorige huis stond hij op het balkon lege drankflessen te verzamelen – vandaag de dag staat het ding in de keuken, bedolven onder een stapel oud papier. Maar wegdoen? Ho maar. Wie weet dumpt er op een dag opeens iemand een in dekentjes gewikkelde baby-panda voor mijn deur. Dan kan die tafel nog wel eens verdomd goed van pas komen.

Die aversie jegens weggooien geldt ook voor mijn avondeten. Ik was dan ook mateloos gefascineerd toen ik vandaag op Nu.nl de volgende kop aantrof: “BOETE IN SAOEDISCH RESTAURANT VOOR NIET LEEG ETEN BORD”. In eerste instantie maakte het bericht me een beetje bang. Ik stelde me voor hoe er tijdens het eten constant een schimmige Arabier in je nek hijgt, klaar om je in de hoek te zetten zodra er ook maar één kruimeltje op je bord achter dreigt te blijven. Bovendien moest ik denken aan een tragisch voorval uit mijn kindertijd. Als kind weigerde ik lange tijd de korstjes van mijn boterhammen op te eten. Daarop besloot mijn moeder me wijs te maken dat je véél beter ging rolschaatsen wanneer je braaf je hele boterham opat. Wekenlang vrat ik korst na korst, maar mijn Fisher Prize-rolschaatsen met plastic wielen schraapten nog altijd met grote tegenzin over de stoepen. De buurtkinderen noemden me ook nog steeds ‘De Bulldozer’.

Hoe dan ook, in principe gaat het daar in Saoedi-Arabië welzeker om een goed initiatief. Het restaurant wil met de boete voorkomen dat gasten meer eten bestellen dan zij werkelijk op kunnen. Zo wordt er bewuster met voedsel omgesprongen en uiteindelijk minder weggegooid. Dat vind ik een goede zaak; verspilling van voedsel is immers hartverscheurend en immoreel. Duur ook, potdomme. Daarom stop ik overgebleven avondeten in bakjes. Die bakjes eet ik de volgende dag leeg, of ik voeder er mijn medemens mee.

Heel soms neemt mijn spaarzaamheid echter groteske vormen aan: Als er slechts een klein beetje eten over is, laat ik dat simpelweg op mijn bord wegrotten voor later op de avond – wanneer ik dan zin krijg in chips, probeer ik mezelf wijs te maken dat restjes uitgedroogde, harde spaghetti heus ook heel lekker zijn. Ook heb ik op een goede winteravond wel eens geprobeerd een oud stuk pizza opnieuw tot leven te wekken door hem bovenop mijn gaskachel te leggen. Op dat soort minder glorieuze momenten is het toch een troostrijke gedachte dat er, ergens in het verre Saoedie-Arabië, iemand trots op je is.

Geplaatst in Uncategorized | 7 reacties

ode aan de herfst

‘s Avonds wandel ik over de singels waar
nu alle bomen een sjaaltje dragen –
want de herfst was er zo vroeg dit jaar

Maar zenuwachtige hondjes duiden op
vallende kastanjes
en alle sjaaltjes ten spijt, begonnen de bomen
terstond aan een vroegtijdige bevalling

Plots bleek mijn tas een knapzak
en mijn schoen een moker –
iedere kastanje in mijn hand rook naar
zondagochtend in mijn geboortedorp en
natte jassen, bovendien

Heel even leek mijn leven af te hangen
van het al dan niet in het bezit zijn van
satéprikkers;
dat is haar charme.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

oude mensen (2)

Enige tijd geleden stond ik te wachten bij een bushalte in Surhuisterveen, het gezelligste dorp van Friesland. Dat laatste weet ik omdat het dorp is afgebakend met grote borden waarop, enigszins dwingend, geschreven staat: “Surhuisterveen, zo gezellig is er maar één!”

Ik neem dat graag aan, natuurlijk, maar omdat de bus laat was bedacht ik me dat het ook wel leuk zou zijn om eens de proef op de som te nemen en alle Friese dorpen te bezoeken en beoordelen. Ik zou dan de mate van gezelligheid meten aan de hand van een aantal hard-wetenschappelijke criteria: het aantal mensen dat me groet op een willekeurig landweggetje, de hoeveelheid bier die nodig is om vrienden voor het leven te maken in de plaatselijke kroeg en, tot slot, het percentage bejaarden dat tenminste vijftig jaar in het desbetreffende dorp gewoond heeft en nog steeds vrolijk is. Ik zag mezelf al op pad gaan met een notitieblok, een grafische rekenmachine en een meetlint. Ik zou een subsidie aanvragen bij Halbe Zijlstra, want die houdt ook wel van gezelligheid.

Terwijl ik zo wat nadacht over mijn onderzoek, diende de kans om Surhuisterveen te beoordelen op het laatste criterium zich sneller aan dan verwacht: een oud mannetje met een rode plastic tas waggelde me voorzichtig voorbij. Hij stopte bij de paal met de bustijden en hield zich er vervolgens krampachtig aan vast.

Ik zei de man vriendelijk goedendag, want ik ben altijd aangedaan door oudere mensen met plastic tassen. Op mijn werk kom ik ze ook vaak tegen; ze kopen steevast een halfje bruin en nemen er zo nu en dan een klein stukje appeltaart bij. Ik zie dan voor me hoe ze helemaal alleen aan een kop koffie zitten en er toch maar iets feestelijks van proberen te maken. Vervolgens sta ik meer dan eens met een brok in mijn keel dat verdomde stukje appeltaart in te pakken.

Maar deze meneer was niet zielig, bleek al snel. Toen onze bus eindelijk naderde liet hij de paal als bij bliksemslag los en stapte midden op de straat. Aldaar zwaaide hij, tot mijn verbazing, met een OV-chipkaart. Moeizaam beklom de man de bus, richtte zich tot de chauffeur en zei: “Nu moet je eens goed opletten!” De chauffeur en ik keken ademloos toe hoe hij, onophoudelijk trillend, zijn kaart ophief. Toch slaagde hij er uiteindelijk in om het onding recht voor de kaartlezer te houden. Er klonk een bliepje – het meest triomfantelijke bliepje dat ik ooit hoorde. “Joehoeee!” juichte de man. Ik werd er spontaan vrolijk van. Tien punten voor Surhuisterveen op de gezelligheidsschaal, besloot ik. Langzaam zigzagde de bus het dorp uit. Misschien, heel misschien, moest ik de borden maar gewoon geloven.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

blauw

Onlangs las ik in de krant dat er een nieuwe behendigheidstest voor politieagenten ingevoerd gaat worden. Een moeilijke. Agenten moeten voortaan een hindernisbaan trotseren die mij sterk deed denken aan het parcours dat hond en baasje eerder in de televisieshow Dierenmanieren moesten afleggen: óver een wiebelende plank, kronkelend dóór een nauwe buis en zigzaggend langs wat hekjes. Worden alle onderdelen succesvol afgerond dan wacht de agent aan het einde van de rit een lekkere donut en een aai over de bol van Martin Gaus.

Ik vind het een fantastisch idee, natuurlijk. Mijn vertrouwen in ons politieapparaat is namelijk ernstig geschaad na het getuigen van een aantal, hoe zal ik het eens netjes zeggen, meer flapdrolesque acties van agenten. Zo fietste ik eens nietsvermoedend door het stadscentrum toen ik opgeschrikt werd door een luid sirene-geluid. Hevig gealarmeerd, dat is immers de bedoeling, keek ik opzij. Ik constateerde dat het geluid afkomstig was van een dikke agent op een politiemotor. Hij leek geen haast te hebben, maar toch gingen alle andere verkeersdeelnemers braaf voor hem aan de kant. Tergend langzaam reed de agent met loeiende sirenes in de richting van de dichtstbijzijnde Albert Heijn, alwaar de donuts die week in de bonus waren. Ik vind dat verdacht.

Daarnaast lijken de agenten die ik heb mogen aanschouwen zich volledig te storten op precies de verkeerde, niet-alarmerende situaties. Ik denk aan die keer dat ik op straat aangesproken werd door een invalide jongeman in een scootmobiel. Hij vroeg of ik toevallig wist waar het Indisch Afhaalcentrum was. Dat wist ik niet. Terwijl ik me afvroeg wat je eigenlijk allemaal af kan halen bij zo’n Indisch Afhaalcentrum, cruisede er een politieauto voorbij. De agenten hingen nonchalant uit de raampjes.

Nu, klaarblijkelijk keek ik tijdens mijn overpeinzingen erg louche en boosaardig, want plots klonken er piepende remmen en kwam de auto rechtsomkeert richting onze crime-scene. “Meisje van 162 centimeter op paarse stappers praat met invalide jongen in scootmobiel – mogelijk versterking vereist – over,” zal de agent in zijn walkietalkie gesproken hebben. Achterdochtig vroegen ze wat er aan het handje was. Na enig gekeuvel bleek dat ook de agenten niet wisten waar je Indiërs af kan halen. We mochten vrijuit. Verbaasd over de volstrekte nutteloosheid van hun ingreep verliet ik het plaats delict.

Maar vrees niet, vrienden, een hindernisbaan is op komst! Deze zal nu eindelijk weer stoere, rennende mannen en vrouwen van onze agenten maken. Voor al die misdrijven die telkens weer op de politieplank blijven liggen vinden we later wel een oplossing – de nieuwe agent zal zich in ieder geval wel raad weten wanneer hem de weg versperd wordt door een hekje, of erger, zo’n verdomde wipwap. Meer blauw in de speeltuin, zeg maar. Martin Gaus zal trots zijn.

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties